• Bron: www.CJP.nl/theater
  • Interview met Daniël Arends

Daniël Arends' Blessuretijd

Stand-up comedian en cabaretier Daniël Arends staat momenteel in de theaters met Blessuretijd, zijn derde en beste voorstelling tot nu toe.

‘Blessuretijd is een zoektocht naar hoe ik uiteindelijk iemand kan worden die net wél naar z'n eigen voorstelling zou gaan.'

Daniël Arends (31) is een van de meest veelbelovende cabaretiers van dit moment, maar het kan best zijn dat je nog nooit van hem gehoord hebt. Hij doet weinig interviews en je zult hem niet vaak op rode lopers of de televisie zien. 'Ik wil dat mensen mij kennen van m'n werk, m'n voorstellingen. Beroemd zijn om het beroemd zijn doet me niks. Ik hoef in principe maar een keer per jaar op de tv te zijn, en dat is wanneer m'n theatershow word uitgezonden.'

Waar gaat je huidige voorstelling Blessuretijd over?

‘Over geloof als zingeving in dit leven. Of dat nou het christendom is, of het theater, of het geloof in jezelf; iedereen gelooft wel ergens in. Mensen hebben nou eenmaal een oriëntatiepunt nodig, omdat we niet weten waar we vandaan komen en waar we heen gaan. Maar als je gelooft, is dat in iets wat er misschien helemaal niet is. En om die onzekerheid te overwinnen slaan we nog wel eens door, en dat is waar het volgens mij mis gaat. Daar gaat de voorstelling over. Maar ik zit nu vet vaag te lullen hè.’

We snappen het nog. In Blessuretijd zeg je dat je nét niet naar je eigen voorstelling zou gaan. Waarom niet?

‘Er zijn inderdaad voorstellingen die ik maak waarvan ik denk: nou, daar zou ik zelf nét niet heen gaan. De voorstelling is dan wel goed, maar het zegt iets over de kwaliteit zoals ík dat zie. Je hebt van die foute gasten als Reinout Oerlemans die broodjes verkopen aan anderen die ze zelf voor geen goud zouden vreten. Een soort opportunistische instelling: het is best kut wat ik hier maak, maar anderen vreten het - dus verkoop ik het. En het lijkt misschien alsof kunstenaars dat helemaal niet hebben, maar dat hebben we wel. Blessuretijd is een zoektocht naar hoe ik uiteindelijk iemand kan worden die dus net wél naar z'n eigen voorstelling zou gaan.'

Je maakte vroeger deel uit van een cabaretgroep. Waarom nu solo?

‘Samenwerken is gewoon niet heel tof. Ik wil dat de overwinning, maar ook het verlies, voor honderd procent van mij is. Anders geef ik er niet om. Ik voel geen spanning of druk als ik niet in mijn eentje ben. Ik weet nog dat ik vroeger klarinet speelde en dat ik op een gegeven moment besloot 'es even niet met de groep mee te spelen, om gewoon te doen alsof. De dirigent merkte he-le-maal niets. Toen dacht ik: Jezus, zit ik hier nu al twee jaar gewoon voor Jan Lul mee te doen. Dat gaat me niet nog eens gebeuren.’

Blessuretijd dus. Je derde solo-voorstelling. Waarin verschilt deze van de vorige twee?

‘Ik ben gegroeid als theatermaker en als speler, ik weet nu veel beter hoe ik het wil hebben. En ik ga nu meer op in het decor. Als ik vroeger een decorstuk had, dan was ik gewoon een stand-up comedian met daarachter een decorstuk. Ik durf nu één te worden met de illusie die ik opzet.’

Tot slot. Welke cabaretiers vind jij zelf heel goed en zou je wél naartoe gaan?

‘Toon Hermans is voor mij absoluut de allerbeste aller tijden. Van de huidige generatie: Theo Maassen, Hans Teeuwen en Eric van Sauers. Gasten met een enorme toewijding. Bij veel cabaretiers is het gewoon vrijblijvend: ze doen nu dit, maar hadden net zo goed heel iets anders kunnen doen. Dat hebben dat soort artiesten niet. En ja, ze zijn vrij hard, maar het heeft een hele zachte kant omdat het een poging tot zelfbehoud is. Wat je eigenlijk ziet zijn mensen die in het nauw gedreven zijn, die agressie als laatste optie zien om zich te redden. Die onbeholpenheid is mooi. We worstelen allemaal en het biedt troost als iemand daar zo naakt in durft te zijn.’

nieuwsbrief

Meldt u hier aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van kortingsacties, ingelaste voorstellingen, recensies en het maandprogramma.